Kom in contact met ons

Krachtig subsidieadvies

Kom in contact met ons

Krachtig subsidieadvies

Kom in contact met ons

Krachtig subsidieadvies

Kom in contact met ons

Krachtig subsidieadvies

Kom in contact met ons

Krachtig subsidieadvies

30 december 2025, 09:45Aangepast 30 december 2025, 15:57

Op de Milieulijst 2026 staan nieuwe bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) in 2026  maar ook de vervallen bedrijfsmiddelen uit 2025. De aftrekpercentages van de MIA blijven gelijk in 2026: 27%, 36% of 45% aftrek afhankelijk van de investering. Na publicatie van de Milieulijst 2026 bespreken we de belangrijkste wijzigingen en aandachtspunten in dit artikel.

Hoe ziet de Milieu-investeringsaftrek er in 2026 uit?

Percentages MIA 2026

De percentages voor de MIA in 2026 zijn: 27%, 36% of 45%.

Aftrekpercentage Nettovoordeel bij 25,8 vpb Nettovoordeel bij 49,5% inkomstenbelasting
27% 6,966% 13,365%
36% 9,288% 17,82%
45% 11,61% 22,275%

 

Welk aftrekpercentage je mag toepassen, is afhankelijk van de categorie en het type investering op de Milieulijst. Hoe meer milieubesparing, hoe hoger de aftrek en het subsidievoordeel.

Budget voor de MIA en Vamil voor 2026

Het budget voor de Milieu-investeringsaftrek in 2026 is € 135 miljoen. Dit is maar liefst € 54 miljoen minder dan het budget in 2025.

Het budget voor de Vamil in 2026 is € 20 miljoen.

Hoe werkt de MIA 2026?

Met de MIA en Vamil worden milieuvriendelijke investeringen fiscaal gestimuleerd door middel van een extra aftrekpost. Het gaat hierbij om niet-gangbare bedrijfsmiddelen. De Milieulijst 2026 bevat investeringen (bedrijfsmiddelen) die in aanmerking komen voor fiscale subsidie. De eisen en voorwaarden voor die investeringen worden beschreven in vijf hoofdstukken:

  • Grondstoffen- en watergebruik
  • Voedselvoorziening en landbouwproductie
  • Mobiliteit
  • Klimaat en lucht
  • Gebouwde omgeving en klimaatadaptatie

>> Meer over de MIA en Vamil

De meest opvallende wijzigingen voor de MIA 2026 per sector of branche:

Vastgoed

Voor vastgoedeigenaren, ontwikkelaars en gebruikers van utiliteitsgebouwen verschuift de focus nadrukkelijk naar klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulair bouwen. Tegelijkertijd is de regeling aangescherpt om binnen het lagere budget te blijven.

De belangrijkste wijzigingen voor de gebouwde omgeving op een rij.

Sterke focus op klimaatadaptieve bedrijfsterreinen

Nieuw in 2026 is dat klimaatrobuuste en biodiverse inrichting van bedrijfsterreinen nadrukkelijker wordt gestimuleerd. Investeringen in vergroening, waterberging en verkoeling zijn ruimer meldbaar, met vastgestelde maximale bedragen per m². Plastic toepassingen, zoals infiltratiekratten, komen niet langer in aanmerking; plasticvrij vergroenen is de norm. Voor BREEAM- en GPR-gebouwen blijven terreinkosten uitgesloten van afzonderlijke melding.

Biodiversiteit als inhoudelijk ontwerpthema

De MIA/Vamil stuurt sterker op aantoonbare biodiversiteitswinst. Voorzieningen zoals inheemse beplanting, nestgelegenheden en natuurlijke waterpartijen blijven ondersteund, mits onderbouwd met een ecologisch rapport of advies. Biodiversiteit verschuift daarmee van een losse maatregel naar een volwaardig onderdeel van het ontwerp.

Circulair bouwen: scherpere inhoudelijke eisen

Voor circulaire gebouwen ligt de nadruk in 2026 sterker op losmaakbaarheid via de Losmaakbaarheidsindex (Li). De MPG-eis voor woningen wordt voortaan berekend op basis van het gebruiksoppervlak, in lijn met de Omgevingsregeling.

Certificering volgens DGNB International is vervallen en komt niet langer in aanmerking voor MIA/Vamil.

De MIA-percentages en maximale meldbedragen voor BREEAM– en GPR-gebouwen blijven ongewijzigd ten opzichte van 2025. Wel is voor gebouwen met een industriefunctie het maximale bruto vloeroppervlak verhoogd van 5.000 m² naar 7.000 m², waardoor duurzame industriegebouwen beter haalbaar worden, met name voor het mkb.

Groene daken en gevels: integrale toepassing vereist

Groene daken en gevels blijven fiscaal ondersteund, maar niet meer afzonderlijk als zij onderdeel zijn van een reeds gemeld duurzaam gebouw. De regeling stuurt daarmee nadrukkelijk op integrale gebouwconcepten in plaats van losse optimalisaties achteraf.

Aanscherping duurzaamheidseisen

Voor GPR Gebouw geldt in 2026 dat uitsluitend versie 4.5 mag worden toegepast bij MIA/Vamil-aanvragen. Daarbij geldt dat het GPR-certificaat moet zijn afgegeven door Stichting W/E adviseurs duurzaam bouwen. Oudere GPR-versies of certificaten van andere partijen komen niet in aanmerking.

Daarnaast moeten BENG-berekeningen voor alle gebouwen op de Milieulijst voortaan worden opgesteld door een gecertificeerde EP-U/D adviseur, aantoonbaar via een geldig Bewijs van Vakbekwaamheid.

Vervallen bedrijfsmiddelen
  • Bevochtigingsapparatuur voor verse voedingsmiddelen in de horeca is per 2026 van de Milieulijst verwijderd en komt niet langer in aanmerking voor MIA/Vamil.
  • Het oplaadpunt voor elektrisch aangedreven zware voertuigen en mobiele werktuigen is eveneens vervallen. Voor deze laadinfrastructuur kan voortaan een beroep worden gedaan op SPRILA.

Industrie

Voor de industrie komen in 2026 een drietal nieuwe bedrijfsmiddelen voor de Milieu-investeringsaftrek in aanmerking:

  • Herbruikbare afdekhoezen voor lading op pallets en rolcontainers. Herbruikbare afdekhoezen vervangen plastic rek- en wikkelfolie bij transport en verminderen zo eenmalig plasticgebruik.
  • Inzamelvoorziening voor verfresten en spoelwater. Voorziening om verfresten/spoelwater en verpakkingen gecontroleerd in te zamelen en te reinigen, zodat emissies naar het milieu afnemen en waterkwaliteit verbetert. Voor spoelwater in de zuivel- of voedingsmiddelenindustrie kan dit interessant zijn.
  • CO₂ vervloeiingsinstallatie. Maakt CO₂ vloeibaar (bijvoorbeeld na biogasopwerking) zodat deze nuttig kan worden ingezet, bijvoorbeeld als bemesting in de glastuinbouw.
Gewijzigde bedrijfsmiddelen in 2026:
  • Recyclingapparatuur (eisen aangescherpt).
  • Elektrisch of waterstof aangedreven vrachtwagen. Voor vrachtwagens met waterstofverbrandingsmotor geldt nu expliciet een CO₂-grenswaarde (≤ 20 g CO₂/tonkilometer).
Vervallen bedrijfsmiddelen vanaf 2026:
  • Asfaltcentrale voor toepassen van ten minste 65% PAK-arm asfaltrecyclaat.
  • Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven zware voertuigen en mobiele werktuigen.
    Laadpalen kunnen nog wel via de SPRILA voor subsidie in aanmerking komen.

Wonen

MIA voor circulaire woningen

De MPG-eisen (Milieu Prestatie Gebouwen) voor circulaire woningen wordt voortaan berekend op basis van het gebruiksoppervlak. Dit is in lijn met de Omgevingsregeling, maar betreft geen aanscherping van de eisen.

Voor de materialisatie waren drie opties: 50% hernieuwbaar op volumebasis, 50% losmaakbaar op volumebasis en 25% hergebruikt op volumebasis. De eis voor 50% losmaakbaar op volumebasis wordt gewijzigd naar een losmaakbaarheidsindex van 55%. In veel gevallen hoeft er dus geen volumeberekening meer gemaakt te worden. De losmaakbaarheidsindex is een standaard uitvloeisel van de BCI-berekening (Building Circularity Index).

Vergroenen van een bedrijfsterrein, parkeerterrein of tuin

Hiervoor is een maximum gesteld op het investeringsbedrag afhankelijk van het type investering. Bijvoorbeeld: dichte verharding vervangen door vegetatie, maximaal € 150 per m² melden.

MIA blijft in 2026 dus kansen bieden voor investeringen in:
  • Circulaire woningen.
  • Voorzieningen voor het versterken van biodiversiteit.
  • Vergroening van parkeerterreinen of tuinen.
  • Groene daken.
  • Groene gevel of muur.
  • Gevelimpregnering zonder PFAS, siliconen, silanen en siloxanen
  • Infiltratiesysteem of wadi’s.

Agrarisch

Nieuwe subsidiabele investeringen:
  • Automatisch meetsysteem voor het continu meten van ammoniakemissie in een stal.
  • Luisdicht insectengaas voor pootaardappelen.
  • CO₂ vervloeiingsinstallatie.
  • UV-gewasbeschermingsinstallatie op een glastuinbouwbedrijf.
  • Installatie voor organische nitraatproductie op een glastuinbouwbedrijf.
Belangrijke gewijzigde investeringen:
  • Bij de bedrijfsmiddelen plaatsspecifieke bemestingsapparatuur (E 2322) en spuitmachine met detectiesensoren of camera’s voor plaatsspecifieke toediening (B 2324) worden de tanks, trekkende of dragende voertuigen uitgesloten. Alleen de apparatuur die nodig is om precisiebemesting of bespuiting uit te voeren komt nog maar in aanmerking.
  • De voorwaarden voor de stofemissiereducerende techniek voor een pluimveestal (D 2235) zijn gewijzigd; het ambitieniveau voor de stofemissiereductie is verhoogd naar ten minste 50%. Daarbij zijn warmtewisselaars, strooiselschuiven, luchtwassers en biofilters uitgesloten. IPPC-bedrijven zijn nu ook uitgesloten omdat voor die bedrijven al een stofemissiereductie verplichting geldt vanuit de BBT-conclusies.
Vervallen investeringen vanaf 2026:
  • Systeem voor mixen van drijfmest met luchtbellen (aanpassen bestaande situatie).
  • Autonome mestverzamelrobot.
    Mestverzamelrobots die toegepast worden in huisvestingsysteem HA 1.38, Lely Sphere kunnen nog wel gemeld worden onder bedrijfsmiddel F 2206 als onderdeel van een voorziening voor gescheiden opvang van mest en urine in een rundveestal.
  • Automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend autonoom ruwvoersysteem voor herkauwers.
  • Meerjarige kweektrays voor teelt in de open lucht (aanpassen bestaande situatie).
  • Mechanische onkruidtrekker, -knipper of -snijder.
  • Precisiezaaimachine met voorzieningen voor sojateelt.
  • Flexibel maaibord voor het oogsten van sojabonen.
  • Doseereenheid voor vloeibare meststoffen met gps-gestuurde afschakeling per rij.
  • Mulch-apparatuur.
  • Druppelbevloeiingssysteem voor open teelten (aanpassen bestaande situatie).
  • Installatie voor het ontzouten van drain(age)water in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie).

Wat is nieuw op de Milieulijst 2026?

Onderstaande investeringen staan nieuw als bedrijfsmiddelen op de Milieulijst 2026 en komen daarmee vanaf 2026 in aanmerking voor Milieu-investeringsaftrek en mogelijk aanvullend Vamil.

  • Toiletreinigingssysteem op basis van ultrasone trillingen (A 1222)
  • Herbruikbare afdekhoezen voor lading op pallets en rolcontainers (D 1265)
  • Inzamelvoorziening voor verfresten en spoelwater (F 1703)
  • UV-gewasbeschermingsinstallatie op een glastuinbouwbedrijf (D 2132)
  • Installatie voor organische nitraatproductie op een glastuinbouwbedrijf (F 2151)
  • Automatisch meetsysteem voor het continu meten van ammoniakemissie in een stal (E 2207)
  • Luisdicht insectengaas voor pootaardappelen (B 2337)
  • CO₂ vervloeiingsinstallatie (D 2654)
  • Elektrisch aangedreven maaiboot (E 3351)
  • Mobiele reinigingsinstallatie voor rijplaten op een truckchassis (E 3421)
  • Elektrisch aangedreven funderingsmachine (E 3422)
  • Onkruidbestrijdingsmachine voor verhard oppervlak op basis van hoogspanning (A 5151)

Welke investeringen vervallen vanaf 2025?

Elk jaar wordt de Milieulijst herzien door bedrijfsmiddelen die inmiddels gangbaar zijn geworden of niet worden toegepast, van de lijst af te halen.

Onderstaande 27 investeringen stonden op de Milieulijst 2025 maar komen vanaf 2026 niet meer in aanmerking voor Milieu-investeringsaftrek of Vamil*.
* Als de investeringsdatum in 2025 ligt, kun je binnen drie maanden nog MIA/Vamil volgens de Milieulijst van 2025 aanvragen.

Code Milieulijst 2025 Bedrijfsmiddel Reden
F 1212 Reinigingsinstallatie op basis van laser Fase van marktintroductie en marktverbreding voorbij, twijfel over meerprijs en milieuvoordeel
A 1281 Grondstofbesparend printsysteem voor ontinktbare inkt Fase van marktintroductie en marktverbreding is voorbij
F 1310 Herbruikbare uitvaartkist Geen meldingen en twijfel of het bedrijfsmiddel wel het meest milieuvriendelijke alternatief is
F 1315 Apparatuur voor hergebruik van absorptiekorrels Geen meldingen
F 1561 Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval Geen meldingen en past onder generieke opties
F 1570 Asfaltcentrale voor toepassen van ten minste 65% PAK-arm asfaltrecyclaat Twijfel of elk project wel meerkosten en milieuvoordeel heeft, kan generiek worden gemeld met individuele toetsing op meerkosten en milieuvoordeel
A 2145 Installatie voor het ontzouten van drain(age)water in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie) Niet meer innovatief, weinig gemeld, kan eventueel nog wel als onderdeel van een kas of een voorziening voor nullozing gemeld worden
B 2209 Systeem voor mixen van drijfmest met luchtbellen (aanpassen bestaande situatie) Twijfel over de milieuwinst en kans op milieunadeel
B 2213 Autonome mestverzamelrobot Niet meer innovatief en beter alternatief op Milieulijst (F 2206)
A 2218 Automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend autonoom ruwvoersysteem voor herkauwers Lang op de Milieulijst, niet meer innovatief en beperkte terugverdientijd vanwege arbeidsbesparing
F 2317 Meerjarige kweektrays voor teelt in de open lucht (aanpassen bestaande situatie) Niet meer innovatief
B 2352 Mechanische onkruidtrekker, -knipper of -snijder Niet meer innovatief en al lang op de Milieulijst
A 2353 Precisiezaaimachine met voorzieningen voor sojateelt Niet meer innovatief en al lang op de Milieulijst
A 2354 Flexibel maaibord voor het oogsten van sojabonen Net meer innovatief en al lang op de Milieulijst
A 2360 Doseereenheid voor vloeibare meststoffen met gps-gestuurde afschakeling per rij Niet meer innovatief
A 2375 Mulch-apparatuur Meldingen bestaan uit gangbare, niet innovatieve technieken
B 2391 Versnipperaar voor kunststofafval van een landbouwbedrijf Geen meldingen
A 2630 Bevochtigingsapparatuur voor verse voedingsmiddelen in de horeca Niet meer innovatief, hoog risico op freeriders en lang op de Milieulijst
E 2832 Druppelbevloeiingssysteem voor open teelten (aanpassen bestaande situatie) Terugverdientijd beperkt en niet meer innovatief
B 3332 Fouling release systeem voor een scheepshuid Niet altijd een meerprijs, toepassing vooral bij particuliere pleziervaart en bovenwettelijke milieuwinst inmiddels beperkt
G 3390 Walstroomaansluiting aan boord van een binnenschip Gebruik van walstroom inmiddels veelal verplicht
D 3395 Walstroominstallatie op de kade Gebruik van walstroom inmiddels veelal verplicht
D 3721 Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven zware voertuigen en mobiele werktuigen De Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA) maakt steun vanuit MIA overbodig
G 4520 Hermetisch gesloten magnetische koppeling Niet langer innovatief, meerprijs beperkt en nauwelijks gemeld
E 4681 Ozon- en uv-oxidatie-installatie voor luchtreiniging Geen meldingen
D 5227 Verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International Geen meldingen, certificeringssystematiek is verouderd
E 5228 Zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International Geen meldingen en certificeringssystematiek is verouderd

In 2026 MIA aanvragen?

Wil jij meer weten over de subsidiemogelijkheden en de voorwaarden van de MIA in 2026? Neem dan contact op met jouw subsidieadviseur of met locatie Zwolle via 038 – 853 13 85 of locatie Enschede via 053 – 434 85 12. Je kunt ook gebruikmaken van ons contactformulier.

Deel deze pagina op:
Stel je vraag aan Bastiaan

Ook interessant