16 september 2025, 16:06■Aangepast 19 september 2025, 16:06
Op Prinsjesdag 2025 bracht de regering haar plannen voor 2026 naar buiten. Wat betekent dit voor jou? We zetten de belangrijkste punten uit de Miljoenennota en Rijksbegroting voor 2026 op subsidiegebied op een rij.
De belangrijke regelingen en de ontwikkelingen per sector:
- Meer budget EIA, minder voor MIA.
- Bekende regelingen WBSO, SDE++ en ISDE zijn blijvertjes.
- Vastgoed: Scherper beleid maken subsidies relevanter.
- Industrie: Focus op technologie en innovatie.
- IT: Aandacht voor digitale innovatie, AI en veiligheid.
- Woningcorporaties: Volop subsidiekansen in 2026
- Landbouw: Inzet op stikstofbeleid en gebiedsgerichte aanpak.
Klik op een onderwerp om gelijk naar dat deel te springen.
De Miljoenennota 2026 zet een duidelijke koers: investeren in toekomstbestendigheid, met oog voor innovatie, verduurzaming en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Voor de Nederlandse industrie liggen er kansen én uitdagingen die direct invloed hebben op investeringsbeslissingen en subsidieaanvragen. Over het algemeen zijn er weinig veranderingen in de budgetten voor subsidies vanaf 2026 ten opzichte van nu. Wel veranderen accenten.
De bekende regelingen zijn blijvertjes
Meer budget EIA, minder voor MIA
De Energie-investeringsaftrek (EIA) en de Milieu-investeringsaftrek (MIA) in combinatie met Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) blijven de komende jaren belangrijke fiscale subsidieregelingen die energiezuinige en milieuvriendelijke investeringen stimuleren.
De bedragen door de jaren heen laten een flinke stijging van de EIA zien, terwijl de MIA vanaf 2026 juist een structurele verlaging van € 54 miljoen per jaar laat zien. Dat moet gebeuren via een versobering van de Milieulijst. Dit betekent dat er minder investeringen in aanmerking komen voor MIA/Vamil vanaf 2026.
| 2024 | 2025 | 2026 | |
| Energie-investeringsaftrek (EIA) | € 243 miljoen | € 431 miljoen | € 460 miljoen |
| Milieu- investeringsaftrek (MIA) | € 248 miljoen | € 189 miljoen | € 135 miljoen |
| VAMIL | € 21 miljoen | € 20 miljoen | € 20 miljoen |
Wat er met het aftrekpercentages gebeurt is nog niet bekend.
Vanaf 1 januari 2026 gelden de nieuwe Milieulijst 2026 en Energielijst 2026. De RVO publiceert de nieuwe lijsten meestal tussen Kerst en oud en nieuw. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief om tegen die tijd een subsidie-update te ontvangen.
Vennootschapsbelasting blijft gelijk
De vennootschapsbelasting blijft in 2026 gelijk aan 2025. Dat betekent het lage tarief van 19% tot een winst van € 200.000 en over alles daarboven 25,8%. Dit heeft bij de fiscale subsidies zoals de EIA en MIA dus geen invloed op de hoogte van het netto subsidievoordeel.
WBSO ongewijzigd, meer budget
In de begroting voor 2026 is € 1.817 miljoen uitgetrokken voor de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), een verhoging van € 135 miljoen ten opzichte van eerdere jaren. Onderzoek toont aan dat de WBSO aantoonbaar doeltreffend is: elke euro aan afdrachtvermindering tussen 2018 en 2022 leverde gemiddeld € 0,81 extra R&D-investeringen op. De WBSO-parameters blijven in 2026 zeer waarschijnlijk ongewijzigd. Er is wel een wetsvoorstel om in de toekomst schijven en tarieven eenvoudiger te maken, wat meer flexibiliteit geeft.
De WBSO-percentages zijn voor 2025 en 2026 als volgt:
Tarief eerste schijf (tot € 380.000) 36%
Tarief eerste schijf voor starters (tot € 380.000) 50%
Tarief tweede schijf (vanaf € 380.000) 16%
Voortzetting ISDE en SDE++
Subsidie voor duurzame energie blijft de komende jaren beschikbaar via de bekende regelingen ISDE (investeringen in kleinschalige verduurzaming) en SDE++ (exploitatie van grootschalige opwekking van energie en CO2-reductie).
ISDE: Vanaf 2026 komt energiezuinige ventilatie in aanmerking voor subsidie binnen de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing.
SDE++: In 2026 gaat de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie opnieuw open met een budget van € 8 miljard. Het kabinet werkt aan tweezijdige Contracts for Difference, waarbij de overheid het verschil met de marktprijs bijlegt of ontvangt. Ook onderzoekt het de ondersteuning van de energietransitie richting 2050 met de SDE++.
Vastgoed: Scherper beleid maken subsidies relevanter
De overheid investeert stevig in energie-efficiëntie, het woningtekort en de energietransitie, maar verhoogt tegelijk de lasten op onder andere waterverbruik en CO2-intensieve bouwmaterialen. Dat maakt het subsidielandschap relevanter dan ooit voor vastgoedeigenaren, beleggers, ontwikkelaars en bouwers.
Ontwikkelingen EIA en MIA
Zoals eerder in dit artikel al aangegeven blijven de EIA en de MIA/Vamil fiscale subsidiekansen bieden voor energiezuinige en milieuvriendelijke investeringen, ook voor de gebouwde omgeving. Waarschijnlijk komen bepaalde subsidiabele investeringen in 2026 niet meer in aanmerking door versobering van de Milieulijst.
Duurzame bouwkeuzes door CBAM-heffing
Vanaf 2026 komt er een CBAM-heffing op CO2-uitstoot voor ingevoerde bouwmaterialen zoals cement en staal. Deze ontwikkeling maakt duurzame alternatieven (zoals biobased bouwen of circulaire materialen) aantrekkelijker. In combinatie met MIA/Vamil biedt dit een financieel duwtje richting duurzame bouwkeuzes.
Afschaffen groen beleggen per 2028
Vanaf 2028 stopt het belastingvoordeel voor groen beleggen. Dit maakt (fiscale) subsidies zoals EIA, MIA en de ISDE belangrijker voor de financiële haalbaarheid van bouw- en renovatieprojecten.
Maatschappelijk vastgoed profiteert van BTW-verlaging
Maatschappelijke organisaties, zoals gemeenten, scholen en sportverenigingen betalen minder btw bij bouw- en renovatieprojecten voor bijvoorbeeld sporthallen, buurthuizen en culturele voorzieningen. Dit verlaagt de totale investeringskosten en in combinatie met regelingen zoals DUMAVA en ISDE ontstaan er extra kansen om projecten versneld uit te voeren.
Raad van State: Subsidies in gebouwde omgeving moeten effectiever
De Raad van State wil minder versnippering, meer focus op meetbare resultaten en strengere toetsing op effectiviteit. Verwacht wordt dat subsidieregelingen de komende jaren strakker worden ingericht, met meer eisen aan onderbouwing en impact.
Voor partijen met goed voorbereide plannen biedt dit juist kansen. Heb je een duidelijke businesscase met aantoonbare CO2-reductie, energie-efficiëntie of maatschappelijke waarde? Dan vergroot je de kans op toekenning. Subvention helpt klanten om projecten scherp te formuleren en te onderbouwen, zodat ze aansluiten bij deze nieuwe lijn in het subsidiebeleid.
Wijzigingen in belasting maken subsidies relevanter
Vanaf 2026 vervalt het heffingsplafond op leidingwater, waardoor grootverbruikers zoals zorg-, onderwijs- en sportgebouwen hogere lasten krijgen, maar investeringen in waterbesparing, hergebruik en slimme installaties fiscaal aantrekkelijker worden via de MIA. Tegelijkertijd halveert de belastingvermindering op de energierekening naar € 100 miljoen, waardoor vooral kleinverbruikers hogere energielasten krijgen en energiebesparing urgenter wordt, met extra relevantie voor regelingen als EIA en ISDE.
Kansen voor mobiliteit
Voor mobiliteit blijft de tijdelijke accijnsverlaging op benzine en diesel tot eind 2026 van kracht. Tegelijkertijd zijn juist ook kansen voor vastgoedpartijen met wagenparken voor emissievrije voertuigen. Zo wordt komt er een korting van 30% op de motorrijtuigenbelasting voor emissievrije voertuigen tussen 2026 en 2028, en loopt de BPM-verlaging voor emissievrije bijzondere voertuigen tot 2030 door.
Industrie: Focus op technologie en innovatie
De gepresenteerde plannen benadrukken dat Nederland sterk leunt op midtechsectoren zoals chemie, auto-industrie en maakindustrie. Ze vormen de basis voor nieuwe hightechbedrijven en krijgen nadrukkelijk aandacht. Het kabinet zet in op het beschikbaar stellen van middelen binnen Europa, zodat zowel midtech- als hightechbedrijven kunnen groeien.
Innovatie wordt opnieuw nadrukkelijk genoemd als motor voor toekomstige groei. Nederland wil zich sterker positioneren in hightech en digitalisering. Meer publieke en private R&D-investeringen zijn nodig om de achterstand op de VS in te halen. Ook Artificial Intelligence (AI), cybersecurity en digitalisering worden expliciet genoemd als thema’s waar risico’s maar ook kansen liggen.
Wat dit voor concrete subsidieregelingen betekent, wordt echter niet benoemd.
Vergunningen versnellen
Het kabinet wil het stikstofslot doorbreken, zodat vergunningen voor industriële projecten weer sneller afgegeven worden. Daarnaast wordt geïnvesteerd in energie-infrastructuur en waterstofproductie.
Géén nationale CO2-heffing voor industrie
Bedrijven betalen vanaf 2026 geen extra CO₂-heffing meer bovenop het Europese ETS-systeem. Dat geeft kostenverlichting, maar haalt ook een belangrijke prikkel voor verduurzaming weg. Subsidies worden des te belangrijker om investeringen rendabel te maken.
Wijzigingen subsidieregelingen in 2026 voor de industrie
Budget MIA/VAMIL omlaag, EIA omhoog
Het budget van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) wordt verlaagd via een versobering van de Milieulijst. Dit betekent dat minder bedrijfsmiddelen in aanmerking komen voor de aftrek. Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) blijft beschikbaar, maar is afhankelijk van diezelfde Milieulijst.
De Energie-investeringsaftrek (EIA) blijft en biedt bedrijven nog steeds 40% extra aftrek op energiezuinige investeringen. Het budget gaat iets omhoog, er wordt voor de komende jaren rond de € 450 miljoen begroot.
Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) ongewijzigd
Voor industriële bedrijven die nieuwe producten, processen of machines ontwikkelen, blijft de WBSO onmisbaar. Zeker in combinatie met andere regelingen zoals de EIA of MIA ontstaat er een sterke subsidiepositie voor maakbedrijven die investeren in innovatie.
Benieuwd naar de laatste wijzigingen in 2026? Bekijk ons algemene overzicht van de WBSO.
Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) blijft beschikbaar
De MIT blijft beschikbaar en sluit aan bij de missiegedreven innovatieaanpak. De focus ligt op haalbaarheidsprojecten en R&D-samenwerkingsprojecten die bijdragen aan de 25 maatschappelijke missies. Dit vergroot de kans op honorering van projecten die bijdragen aan energietransitie of circulariteit.
Budget Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) fors omhoog
Het budget voor de DEI+ stijgt wederom fors naar ruim € 224 miljoen in 2026, met openstellingen voor opschaling van onder andere waterstof, E-fuels, geothermie en grootschalige demonstratieprojecten. Bedrijven kunnen hiermee hun innovatieve technologieën testen en naar de markt brengen.
Versnelde Klimaatinvesteringen Industrie (VEKI) selectiever
Voor de VEKI is in 2026 opnieuw budget beschikbaar, maar er is € 77 miljoen teruggeboekt naar het Klimaatfonds en herverdeeld over andere maatregelen. Hierdoor kan de regeling selectiever worden toegepast. Bedrijven met projecten die direct CO2-reductie opleveren hebben de meeste kans om subsidie toegekend te krijgen.
Flinke impuls voor Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI)
De NIKI wordt stevig gefinancierd met in totaal € 698 miljoen tot 2035, waarvan een deel specifiek voor maatwerkafspraken met CO2-intensieve bedrijven. De regeling ondersteunt grote, complexe investeringen in bijvoorbeeld elektrificatie of CCS.
Verlenging voor Indirecte Kostencompensatie ETS (IKC ETS)
Het kabinet verlengt de IKC ETS tot en met 2028 en trekt ruim € 497 miljoen uit voor 2025-2027 plus € 1,1 miljard voor 2028. Dit geeft energie-intensieve sectoren zoals chemie, staal en papier meer zekerheid en helpt concurrentieverlies te voorkomen.
Opschalingsinstrument waterstof
Er wordt gesproken over een nieuw financieringsinstrument voor de opschaling van waterstoftoepassing. Dit instrument stimuleert productie, opslag en gebruik van groene waterstof in de industrie. Het budget groeit meerjarig tot ruim € 500 miljoen per jaar richting 2035. Zo wil het kabinet de waterstofeconomie versnellen en bedrijven ondersteunen bij elektrificatie en verduurzaming.
Gerichte budgetten voor Subsidie Duurzame Scheepsbouw (SDS)
De SDS is bedoeld om de maritieme sector te helpen verduurzamen, bijvoorbeeld door schonere aandrijvingen of efficiëntere ontwerpen. Voor 2026 is een nieuwe, kleinere ronde voorzien met gerichte budgetten. Dit helpt scheepswerven te investeren in emissiereductie en innovatie.
IT: Aandacht voor digitale innovatie, AI en veiligheid
Kansen én risico’s vragen om gerichte digitale innovatie
In de troonrede benadrukt de koning dat de opkomst van kunstmatige intelligentie niet alleen kansen biedt, maar ook risico’s met zich meebrengt. Daarmee groeit het belang van investeringen in digitale innovatie. Denk aan de inzet van AI binnen defensie of het versterken van onze digitale weerbaarheid via cybersecurity.
Digital health
De zorg moet toekomstbestendig blijven. Het kabinet zet in op structurele verbeteringen in de gezondheidszorg, onder andere via het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, de Hervormingsagenda Jeugd en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. Deze beleidslijnen vragen om verdere uitwerking én slimme oplossingen in de praktijk. Dat biedt ruimte voor digitale innovaties, zoals toepassingen van kunstmatige intelligentie die bijdragen aan efficiëntie, werkdrukverlichting en betere zorgprocessen. Ook in 2026 zijn er subsidies voor digitale innovaties in de zorg.
Kabinet zet in op groei van de halfgeleiderindustrie
Het kabinet werkt aan de voorbereiding van een nationale investeringsinstelling en investeert fors in de halfgeleiderindustrie. Deze inzet moet bijdragen aan het versterken van het toekomstig verdienvermogen. Voor bedrijven die actief zijn in de ontwikkeling en productie van halfgeleiders en ondersteunende technologieën, biedt dit ruimte voor groei en innovatie.
Kansen voor AI-innovatie binnen de dienstensector
De troonrede benadrukt dat kunstmatige intelligentie kansen biedt om de Nederlandse dienstensector te versterken. Tegelijkertijd benadrukt het kabinet het belang van een wendbare en weerbare economie in tijden van transities en onzekerheid. Deze combinatie van ambities kan aanleiding zijn voor nieuwe of aangepaste subsidieregelingen gericht op de ontwikkeling en toepassing van AI.
WBSO
De WBSO blijft ook in 2026 een belangrijke regeling voor de IT-sector. Softwareontwikkelaars, programmeurs en techbedrijven die werken aan technische vernieuwing of complexe programmatuur profiteren van een verlaging van loonkosten en lasten. Daarmee blijft de WBSO een van de krachtigste stimulansen voor innovatie in de IT.
Benieuwd naar de laatste wijzigingen in 2026? Bekijk ons algemene overzicht van de WBSO.
Digitale security
Het kabinet investeert extra in veiligheid en defensie. Het doel is om Nederland, samen met bondgenoten, beter voor te bereiden op mogelijke militaire conflicten. Met strategische keuzes in de besteding van het defensiebudget ontstaat ruimte voor technologische ontwikkeling. Dit biedt kansen voor bedrijven die actief zijn in cybersecurity, radartechnologie, drones, scheepsbouw en AI-toepassingen. Ook hier liggen subsidiemogelijkheden voor het ontwikkelen en opschalen van innovatieve oplossingen.
Woningcorporaties: Volop subsidiekansen in 2026
Met nieuwe impulsen en aanpassingen in bestaande subsidieregelingen wil het kabinet de woningbouw versnellen en verduurzaming stimuleren. Gemeenten en andere betrokken partijen krijgen meer mogelijkheden om flex- en transformatiewoningen te realiseren, terwijl ook ouderenhuisvesting en warmtenetten extra aandacht krijgen. Tegelijk worden bestaande regelingen zoals de Woningbouwimpuls en SVOH doorontwikkeld. Voor gemeenten en woningcorporaties liggen er in 2026 volop subsidiekansen.
Stimuleringsregeling Flex- en transformatiewoningen
De SFT-regeling wordt in 2026 uitgebreid. De tegemoetkoming aan gemeenten wordt verhoogd van € 14.000 naar € 20.000 per nieuw te realiseren woning. Hiervoor wordt € 79 miljoen extra budget beschikbaar gesteld. 30% van de te realiseren woningen moet toegewezen worden aan Oekraïners, statushouders of spoedzoekers. De toevoeging van spoedzoekers is nieuw ten opzichte van de huidige regeling.
Realisatiestimulans
Realisatiestimulans is naar verwachting eind 2025 gereed. Lees hier meer over deze regeling.
Woningbouwimpuls
In 2026 volgt een nieuwe openstelling van de Woningbouwimpuls, waarvoor € 100 miljoen beschikbaar wordt gesteld. De Woningbouwimpuls wordt inhoudelijk gewijzigd zodat deze beter aansluit op de Realisatiestimulans. De Woningbouwimpuls gaat zich richten op complexe gebiedsontwikkelingen waarvoor aanvullende bijdrages nodig zijn, zoals bedrijfsuitplaatsingen, bodemverontreiniging of binnenplanse infrastructuur.
Meer over de Woningbouwimpuls in 2025
Aandacht voor ouderenhuisvesting
De Rijksoverheid heeft als doel gesteld om voor 2030 tenminste 290.000 geschikte woningen voor ouderen te realiseren. Daarover zijn reeds afspraken gemaakt met de woondealregio’s. In 2026 komt er een nieuwe financiële regeling voor de bouw van geclusterde en zorggeschikte woningen. Deze sluit aan op bestaande regelingen, zoals de Stimuleringsregeling Zorggeschikte woningen (SZGW).
Nieuwe subsidie voor warmtenetten in 2026
De Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) stopt eind 2025. De overheid werkt aan een nieuwe regeling voor warmtenetten vanaf 2026. Daarover wordt op een later moment meer bekend gemaakt.
Subsidie voor verhuurders van woningen, anders dan woningcorporaties
De SVOH-regeling is aangepast in 2025 en is verlengd tot 2029. Vanaf 2029 moeten alle huurwoningen minimaal energielabel D hebben.
Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe (Nij begun)
Aan woningcorporaties in Groningen en Noord-Drenthe worden middelen toegekend voor isolatie- en verduurzamingsmaatregelen én voor ontzorging. De middelen komen uit het totale budget voor de verduurzaming van de regio, in het kader van Nij Begun.
Landbouw: Inzet op stikstofbeleid en gebiedsgerichte aanpak
De Miljoenennota 2026 brengt perspectief voor de landbouw. Boeren krijgen meer steun bij verduurzaming, innovatie en omschakeling, terwijl het kabinet tegelijk inzet op stikstofreductie en natuurherstel. De bestaande subsidieregelingen blijven grotendeels in stand en provincies krijgen een sleutelrol in gebiedsgerichte aanpak. Voor elke landbouwsector liggen er in 2026 concrete subsidiekansen.
Melkveehouderij
De melkveehouderij staat centraal in het stikstofbeleid. De belangrijkste focus is stikstofreductie en extensivering.
- De belangrijkste regelingen Lbv en Lbv-plus blijven beschikbaar. Tot 2027 is hier € 2,9 miljard voor gereserveerd.
- Extensivering wordt financieel ondersteund uit de € 1,6 miljard stikstof- en natuurherstelmiddelen.
- Blijvende bedrijven kunnen investeren in emissiearme stalsystemen, grondgebonden werken en duurzame productiemethoden.
- Innovatiebudgetten en het startpakket agrarische sector ondersteunen omschakeling en modernisering.
Melkveehouders die investeren in duurzame stalsystemen of kringlooplandbouw komen in aanmerking voor subsidies zoals EIA, ISDE en pilots binnen het stikstofprogramma.
Akkerbouw
Voor de akkerbouw ligt de nadruk op het verbeteren van bodemkwaliteit, biodiversiteit en de toepassing van precisielandbouw.
- Via het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) is er structureel ruim € 200 miljoen per jaar beschikbaar.
- Innovatiebudgetten ondersteunen onder andere bodemverbetering, alternatieve gewassen en autonome landbouwsystemen.
- Fiscale regelingen zoals EIA, MIA/Vamil en ISDE blijven toegankelijk voor investeringen in duurzame technieken.
Akkerbouwers die inzetten op precisielandbouw, biodiversiteit of robotisering kunnen hun investeringen combineren met meerdere subsidieregelingen.
Glastuinbouw
De glastuinbouwsector speelt een belangrijke rol in de energietransitie en krijgt toegang tot diverse energie- en klimaatregelingen.
- De SDE++ en ISDE blijven beschikbaar voor elektrificatie en duurzame warmteoplossingen.
- Grote projecten zoals geothermie en warmtenetten worden deels gefinancierd vanuit het Klimaatfonds.
- De sector moet rekening houden met aangescherpte klimaatdoelen richting 2030.
Glastuinbouwers die willen investeren in duurzame warmte of netaansluitingen kunnen gebruikmaken van SDE++, ISDE en het Klimaatfonds.
Intensieve veehouderij
De intensieve veehouderij wordt gestimuleerd om te verduurzamen via technische innovatie en verbetering van dierenwelzijn.
- Binnen het stikstofbeleid worden stalsystemen met lagere emissie financieel ondersteund.
- Innovatieprogramma’s richten zich op luchtkwaliteit, mestverwerking en dierenwelzijn.
- De EIA en MIA kunnen toegepast worden op moderne technieken en installaties.
Varkens- en pluimveehouders die hun bedrijfsvoering moderniseren met duurzame techniek of welzijnsmaatregelen blijven profiteren via het stikstofbeleid en innovatieprogramma’s voor emissiereductie en dierenwelzijn.
Biologische landbouw en niche-sectoren
Voor nichebedrijven zoals biologische landbouw, regeneratieve teelten en korte ketens is er extra ruimte binnen het agrarische beleid.
- Via het startpakket en ANLb zijn er middelen beschikbaar voor omschakeling, marktontwikkeling en natuurbeheer.
- Innovatie- en kennisbudgetten ondersteunen samenwerking tussen ondernemers, ketenpartijen en onderzoek.
Ondernemers die kiezen voor biologische of natuurinclusieve bedrijfsmodellen krijgen toegang tot subsidies en adviestrajecten op maat.
Energie, kennis en regio’s
De overheid ondersteunt de agrarische sector daarnaast met overkoepelende maatregelen:
- De herinvoering van rode diesel is van de baan. Het budget dat daarvoor gereserveerd was (vanaf 2027 € 146 miljoen per jaar), komt ten goede aan bedrijfsovernames, robotisering en verduurzaming.
- Provincies krijgen meer regie via gebiedsgerichte aanpak en flexibele budgetten.
- Praktijkgericht onderzoek, pilots en kennisdeling worden gestimuleerd via het kennisbudget van € 381 miljoen.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief om geen subsidie te missen.
Jouw subsidiekansen
Wil je weten wat de ontwikkelingen betekenen in concrete kansen en mogelijkheden voor jouw bedrijf vanaf 2026? Je kunt jouw subsidievragen stellen via 038 – 853 13 85 of via het contactformulier hieronder. Onze subsidiespecialisten zijn benieuwd naar de ambities van jouw onderneming en denken graag met je mee.
